houtworm bestrijding

Feromoonvallen scheiden stoffen uit die mannetjes van een specifieke soort met de verlokking van seks in de val laten lopen. Ze zijn uiterst nuttig voor het monitoren van populaties van boomgaardplagen. Zoals veel andere dieren vinden naaktslakken alcohol nagenoeg onweerstaanbaar. Een blikje met bier, verzonken in de grond, met de randen er net bovenuit stekend, verlokt ze ertoe ervan te drinken - en ze verdrinken. Wespen kunt u in met suikerwater gevulde jampotten vangen. Of lok plaagdieren in de val door schuilplaatsen voor ze in te richten, waarna u ze vermorzelt of verdrinkt Oorwormen kruipen overdag graag in een kartonnen buis, waar u ze vervolgens kunt verzamelen. Vogelafweermiddelen, inbegrepen vogelverschrikkers en spiegels in bomen, hebben hun plaats en er is een theorie die stelt dat sommige plaagdieren afgeschrikt worden als u uw tuin afbakent met de geur van hun predators. Mensenharen op hun spoor zouden konijnen en mollen afschrikken en katten zouden naar verluidt vluchten voor als slangen vermomde binnenbanden!

Sommige planten geven na het oogsten een effectief houtworm bestrijding middel, maar het loutere feit dat een insecticide van een plant afkomstig is, betekent nog niet dat het veilig is. Het botanische insecticide nicotine, afkomstig van de tabaksplant (Nicotiano tabacum), werkt op het zenuwstelsel van insecten, waardoor ze stuipen krijgen en sterven. Te grote doses nicotine kunnen echter evengoed gevaarlijk zijn voor de mens. Van planten afkomstige gifstoffen zijn veilig in de tuin omdat ze bij blootstelling aan zonlicht binnen uren of dagen afbreken in onschadelijke verbindingen. En ze worden gemakkelijk afgebroken door bodemorganismen. Pyrethrum, geëxtraheerd uit de gedroogde en verpulverde bloemen van de gelijknamige plant (Chrysanthemum cinerariafoilium), is een van de veiligste botanische insecticiden, aangezien het specifieke plagen verdelgt, maar onschadelijk is voor zoogdieren. Het actieve bestanddeel, pyrethrine, verlamt insecten zowat op slag. Zet pyrethrum in tegen bladluizen, aardvlooien en kleine rupsen. Gebruik uitsluitend puur verpulverd pyrethrum.

zeilen ijsselmeer

Thans worden er stalen jachten gebouwd van alle afmetingen, van vletje tot oceaanracer en ze zijn allemaal geschikt voor zeilen ijsselmeer of waddenzee. Verschillende van onze Nederlandse werven hebben op dit gebied alom in de wereld een zekere vermaardheid vanwege de prachtige gladde en strakke rompen die zij weten te fabriceren. Geen wonder dat er hier te lande menigmaal ‘grote’ opdrachten voor buitenlandse rekening worden uitgevoerd! Een stalen romp moet zorgvuldig worden onderhouden. Beschadigingen dienen spoedig te worden bijgewerkt, anders roesten er al gauw kleine putjes in de huid. Maar ook op het gebied van de conservering zowel van hout als van staal zijn er de laatste jaren grote vorderingen gemaakt. Op verschillende manieren kan op het schoongemaakte staal een laagje zink worden aangebracht, dat roesten al heel moeilijk maakt. De moderne verfsoorten dragen daar ook nog hun steentje toe bij. Een Nederlandse fabriek brengt sinds kort een roestwerende verf in de handel die zó goed is, dat hij bijna niet kan beschadigen en zelfs als dat gebeurt gaat het staal op de plaatsen waar de verf weggekrast is niet meer roesten! Het is dus echt niet meer nodig om de hele dag met meniekwast of teerpot rond te lopen. Staal en hout kunnen ook gezamenlijk worden toegepast Men maakt dan de spanten en bodemwrangen van staal meestal gegalvaniseerd en de huid van hout De stalen spanten vervangen dan de gegroeide krommers. Men zegt van zo’n schip dat het ‘composiet7 gebouwd is. Ook aluminium wordt hier wel voor gebruikt.

Men heeft wel eens verondersteld dat er na het stenen, bronzen en ijzeren tijdperk, een aluminium tijdperk zou komen. Het heeft er echter alle schijn van dat wij dit laatste overslaan en al hard midden in het plastic tijdperk verzeild raken Het soortelijk gewicht van staal is bijna acht, dat van aluminium ongeveer het derde deel daarvan. Hoewel de sterkte van aluminium ten opzichte van staal ook ongeveer een derde is, zijn er met dit materiaal constructies te maken met de sterkte van staal bij een kleiner gewicht Voor de vliegtuigbouw, waar het rompgewicht nog zwaarder ‘weegt’ dan in de jachtbouw, is het al jarenlang een ideaal materiaal. Toepassing in de scheepsbouw heeft lang op zich laten wachten; niet alleen vanwege de prijs maar meer nog omdat aluminium in water, vooral in zeewater, snel corrodeerde. Pas toen er zeewaterbestendige legeringen werden samengesteld vond aluminium zijn weg naar de scheepsbouw. Een andere moeilijkheid was dat aluminium eerst alleen geklonken kon worden en niet gelast. Bij het lassen deed de in de lucht aanwezige zuurstof het gesmolten materiaal direct oxideren Toen men erin slaagde te lassen zonder toetreding van lucht, was dit een hele sprong vooruit. Bouwen in aluminium blijft specialistenwerk, maar bij de huidige stand van de techniek weet men ook in dit materiaal een mooi, sterk en duurzaam product te maken. Plastics waren al tientallen jaren in gebruik wie kent niet het celluloid en bakeliet? voordat zowel de naam als het materiaal gemeengoed werden. Nu is plastic zich ook in de botenbouw een plaats aan het veroveren. En het is uit de engelenbak van het laboratorium al hard op weg naar de frontloge van het belangrijkste materiaal in de jachtbouw. Algemeen gebruikt men voor plastic boten met glasvezels versterkte polyesterhars. De fabricage geschiedt als volgt. Van de te maken boot wordt op ware grootte een mal gemaakt. Deze mal wordt spiegelglad afgewerkt en gepolijst. Over de mal heen wordt van glasvezel en polyester een contramal gemaakt Dit doet men met de ‘handlayup’methode. Met kwast, roller of spuit wordt een laag polyesterhars over de mal heen aangebracht.

exclusieve tuinmeubelen

Bij de ‘tafel met kei’ wilde hij ook een verticale lijn introduceren. Die lijn loopt van het plafond langs de lamp door de ronde glasplaat in het tafelblad, via de kei naar de vloer. Het plafond en de vloer worden zo door middel van I de tafel met elkaar betrokken. Een oeroude zwerfkei maakt het duidelijk dat alles wat de mens erbij ontwerpt nietig en te tijdelijk wordt. Ambachtelijk goed vormgegeven exclusieve tuinmeubelen van inheemse houtsoorten maken, daar streeft Ruud-Jan Kokke (1956) naar. Bij voorkeur uitgevoerd in niet-kleuren als wit, zwart en naturel gelakt hout. De rug en zitting van de il ‘Kokke’- fauteuil bestaan uit dunne, licht verende latjes. De rugleuning kruist diagonaal de zitting, het is een constructie die ook al door de oude Egyptenaren werd toegepast. Voor rondleidingen in het Rotterdamse museum Boymans van Beuningen maakte hij in 1990 van dun triplex een gemakkelijk stapel- en verplaatsbaar ‘wandelkrukje TC’, dat eruit ziet als een fraai vormgegeven ovale emmer op zijn kop gezet, met een opening in de p bodem om hem vast te houden. Door de afgeronde n vormen zonder uitsteeksels kan het ook geen schade berokkenen aan de tentoongestelde! kunst. De (zit)tuinmeubelen van Ruud-Jan Kokke kenmerken zich door hun lichte gewicht, grote stabiliteit en de fraaie, zuivere lijnvoering. Dat geldt ook voor de stoel ‘Lima’ met een kuipvormige rugleuning van tuinmeubelplaat, fraai gewelfde achterpoten en taps toelopende voorpoten, verwant aan de rustige sierlijkheid van een Louis Seize-stoel uit de achttiende eeuw. Arnold Merckx noemt zich een industrieel ontwerper pur sang. Hij is geen kunstenaar die tuinmeubels ontwerpt. Het tuinmeubel als object, de vorm als doel op zich is niet iets wat ik ambieer.

Want hoe meer vormen, hoe meer risico dat er een trendy, gedateerd object ontstaat. Voor Merckx dus geen frivole krullen of wulpse pootjes. Sommigen zullen zijn tuinmeubelen ‘gewoontjes’ of ’saai’ vinden, maar door de goede maatverhoudingen, een onverwacht technisch detail en de sobere detaillering krijgen zijn ontwerpen een door velen geambieerd tijdloos karakter. Martin Visser (1922) woont in een door Gerrit Rietveld ontworpen woonhuis dat werd vergroot door Aldo van Eyck. Hij verzamelt al vanaf zijn vijftiende moderne kunst en ontwerpt ‘toevallig’ tuinmeubelen. Zestig Spartaans (doe-het-zelf achtige) aandoende essenhouten lattenbanken in het Stedelijk Museum te Amsterdam, ontworpen door Martin Visser, bieden sinds 1961 de vermoeide bezoeker een moment van rust. Enkele andere, meer mondaine ontwerpen kunnen nu al tot de moderne designklassieken worden gerekend. Zoals de eetkamerstoel uit 1959 met een frame van rechte, gelaste metalen buizen met daartussen twee matten van gevlochten pitriet. De ranke lijnen en de knik in de achterstijlen met onder de rugleuning en de iets naar buiten staande poten, geven de stoel een katachtige dynamiek. Het lijkt geïnspireerd op het superlichtgewicht stoeltje van de Italiaan Gio Ponti uit 1952. Maar het is ook nauw verwant aan ontwerpen van Marcel Breuer uit de jaren dertig en de tuinmeubelen van de Deen Poul Kjaerholm. Kenmerkend voor de tuinmeubelen van Visser is het reduceren van vormen tot het hoogst noodzakelijke en eerlijkheid met materiaal en constructie. De in 1958 ontworpen en nog immer populaire zit-slaapbank is daar een voorbeeld van. De knik in de achterstijl keert ook hier weer terug. Zitting en leuning zijn twee aparte, strakke volumes, het onderstel is gemaakt uit mat verchroomd metalen buis.

dakkapel

Ook is het niet ongebruikelijk dat u de dakpannen die op het maatwerkraam aansluiten op maat moet zagen bij het plaatsen van het betreffende raam. Bovendien is maatwerk fors duurder. Met de aanschaf van het dakraam alleen bent u er nog niet. Voor het plaatsen van het raam hebt u ook aanvullend materiaal nodig. Bijvoorbeeld een waterkerend ‘manchet1 voor een waterdichte aansluiting van het raam op de buitenkant van het dakbeschot en een dampremmende folie. Daarnaast hebt u gootstukken nodig om regenwater van het bovenliggende dakgedeelte goed te kunnen afvoeren richting dakgoot. Deze gootstukken overbruggen kleine verschillen tussen raam en dak. Het gootstuk aan de onderkant bestaat vaak uit een lood- of aluminium slab met coating. Loodslabben met een coating geven minder metaal af aan het regenwater dan een loodslab zonder coating. De coating kunt u kiezen in dezelfde kleur als het dak. Om meerdere ramen met elkaar te verbinden, zijn er koppelstukken.

Aan de binnenkant moet het raam ook worden afgewerkt. Houdt u hier rekening mee in uw budget. Wanneer u het plaatsen van een dakraam uitbesteedt aan een leverancier of vakman, laat dan een prijs afgeven waarin alles is opgenomen. Vraag wel om een gespecificeerde rekening. Zo kunt u precies zien waar de kosten naar toe gaan. Dakramen worden steeds onderhoudsvriendelijker gemaakt. Dit houdt vooral in dat ze minder onderhoud nodig hebben. Zo worden houten kozijnen in de regel geïmpregneerd en eventueel gelakt geleverd. Wat betreft het onderhoud door het jaar heen, kunt u het beste de instructies van de dakraamleverancier volgen. Meestal komt het neer op het jaarlijks in het vet zetten van de scharnieren en het schoonhouden van de ventilatieroosters. Een gelakt kozijn moet bovendien een keer in de paar jaar opnieuw worden gelakt. Met een dakkapel krijgt u meer loopruimte en kleine zolderkamer een ruimtelijk effect. Dakkapellen zijn te verdelen in twee soorten: traditionele en kant en klare (prefab) dakkapellen. Het voordeel van een traditionele dakkapel is dat hij goedkoper is dan een prefab dakkapel.

beton

Met het herstellen van het oppervlak van betonconstructies kunnen grote bedragen gemoeid zijn. Bij het bouwen in beton worden een aantal duidelijk gemarkeerde werkzaamheden onderscheiden. De voorbereiding Het ontwerpen van de constructie. Berekening van de constructie, inclusief de betonsamenstelling en het wapeningspercentage en de eventuele controleberekening. De uitvoering Bekisting. Wapening vlechten en aanbrengen, schoonmaken van de bekisting. Aanvoeren en storten van de specie, verdichten (bijvoorbeeld trillen), afwerken en controleren. Nabehandelen (nat houden!), inclusief eventuele controle. Ontlosten, controle (op eventuele gebreken). Het ontwerp van de constructie wordt op een architectenbureau of op een adviesbureau gemaakt. Soms is het adviesbureau al direct ingeschakeld wanneer bepaalde constructieve wensen of afbouwconstructies daarom vragen.

Zeker is dat het geval bij warmte, airconditioning, isolatieproblemen en dergelijke. Berekening van de constructie Dit geschiedt door een advies of ingenieursbureau voor betonconstructies waarop in dit boek niet wordt ingegaan. Berekening en controle van de samenstelling van het mengsel. Deze fase zal in de hoofdstukken 3 en 4 van dit boek worden behandeld. Tekenen van constructies Dit gebeurt nadat de constructies door voornoemde bureaus zijn berekend. (a) Bekisting. Het doel van de bekisting is de plastische betonspecie de gewenste vorm en juiste plaats te geven zoals op het ontwerp is aangegeven. De eisen die men aan de bekisting stelt, zijn: een goede keuze van het materiaal; de bekisting dient op exacte wijze te zijn aangebracht; een hoge stabiliteit, ook de bekisting dient vaak te worden berekend; de onderdelen moeten bestand zijn tegen de hoge krachten en het geheel dient vormvast te blijven (de specie in nog plastische toestand heeft een hoog ‘drukkend’ gewicht); de bekisting dient zodanig te zijn dat men de gewenste oppervlaktehoedanigheid van beton krijgt; en de bekisting moet gemakkelijk zijn te lossen. Een belangrijk gegeven voor de bekisting is dus dat pas gestort beton een ‘vloeibare’ massa is, die de bekisting optimaal belast. Daarom zal de bekisting sterk, vormvast en goed ondersteunend moeten zijn. Pas als het beton voldoende verhard is, zal de bekisting haar ondersteunende functie verliezen. Tijdens het storten kunnen nog andere krachten optreden (het gewicht van bouwvakkers en machines).

werving en selectiebureau

In dit zijn gehanteerde methoden van werving en selectie beschreven. De belangrijkste behandelde punten zijn de volgende. Advertenties zijn in de bestudeerde gevallen het meest gehanteerd als wervingsmethode, gevolgd door het Arbeidsbureau. In enkele gevallen heeft het bedrijf geput uit het ’stuwmeer’ van geschikte arbeidskrachten, dat is gevuld met bijvoorbeeld vroegere stagiairs en vakantiekrachten. Langs deze weg, veronderstellen we, krijgt de band tussen scholen en arbeidsplaatsen voor een deel vorm. Selecteurs lijken een bewuste keuze te maken voor een bij de functie behorend type werving. Voor de productiegelieerde functies in dit onderzoek wordt vooral geworven via het Arbeidsbureau, via informele kanalen en via het stuwmeer van stagiairs en vakantiekrachten. Voor andere functies wordt vaker gebruikgemaakt van uitzend- of adviesbureaus en advertenties. Mogelijke verklaringen voor de systematiek zijn: de kostentechnische verklaring (bedrijven werven zo goedkoop mogelijk), en de strategische verklaring: het karakter van de functie (degelijk/betrouwbaar, creatief/innovatief) wordt weerspiegeld in de wijze van werving. Grotere bedrijven kunnen (zeker voor productiefuncties) een stuwmeer opbouwen om in de toekomst vast personeel uit te putten.

MKB-bedrijven hebben alleen al door hun omvang minder mogelijkheden om een stuwmeer te vormen. Dat is jammer, want het inzetten van stagiairs en vakantiewerkers is een goedkope en effectieve methode om met potentiële werknemers in contact te komen. Vooral middelgrote bedrijven hebben personeel aangesteld na informele werving en open sollicitaties. Succesvolle informele werving lijkt te moeten voldoen aan twee voorwaarden: een sociaal netwerk van voldoende omvang, en de belangstelling van werkzoekenden weten te wekken. Het belangrijkst blijft echter werving via een werving en selectiebureau zoals bijvoorbeeld Leaufort. Aan beide voorwaarden wordt in kleinere bedrijven niet voldaan (tenzij dat een bewuste strategie van het bedrijf zou zijn - maar dat is in dit onderzoek niet aangetroffen). Vooral bij minder veranderingsgerichte bedrijven is het Arbeidsbureau een veel bewandelde weg om personeel aan te nemen. Adviesbureaus en uitzendbureaus daarentegen zijn vooral bij de ‘koplopers’ in dit onderzoek in trek. De grafische bedrijven maken meer, en met meer resultaat, gebruik van informele kanalen dan de elektronicabedrijven. Zowel werkgevers als werkzoekenden lijken relatief gemakkelijk het initiatief nemen langs die weg te zoeken. In de onderzochte procedures is een grote variatie te vinden in betrokkenen binnen het bedrijf. Doorgaans ligt de eindverantwoordelijkheid bij directie of lijnmanagement, maar in enkele gevallen is die verantwoordelijkheid gedelegeerd naar de personeelsfunctionaris, samen met de directe chef. In enkele gevallen is de hele werving door één persoon gedaan: de directeur.

heftrucks

Voor het verplaatsen van goederen over geringe afstanden worden verschillende werktuigen gebruikt, die in het algemeen in twee groepen zijn te verdelen. Tot de eerste groep behoren de lieren en kranen en enige kleinere werktuigen, zoals vijzels en dommekrachten; men noemt ze heftrucks (of hijswerktuigen). Zij dienen voor het verplaatsen van stukgoederen of van stortgoed in bepaalde hoeveelheden tegelijk en werken intermitterend. Tot de tweede groep rekent men de transportbanden, schroefgoten, elevatoren, het pneumatisch transport, enz. Het kenmerkende van deze werktuigen of installaties is de mogelijkheid een onafgebroken goederenstroom er mede te kunnen afleveren. Men noemt deze hulpmiddelen voor het verplaatsen van goederen meer in het bijzonder transport inrichtingen. Hoewel kleine colli met vele dezer inrichtingen b.v. met transportbanden op economische wijze vervoerd kunnen worden, .zijn ze bestemd voor het verwerken van stortgoed, zoals zand, steenkolen, cement, erts, zout, granen, enz. In dit boek zullen we ons beperken tot de hijswerktuigen en geven daarvan in dit hoofdstuk een overzicht om te laten kennismaken met de verschillende delen, waarin de beweging van de last ontleed kan worden. Men onderscheidt: een verticale beweging, het heffen of hijsen, en een horizontale beweging, die echter op enige wijzen tot stand gebracht kan worden door rijden, door zwenken en door toppen.

Betreft de verplaatsing alleen een heffing over geringe hoogte, dan gebruikt men enkelvoudige werktuigen, zoals vijzel, dommekracht en takel. In is b.v, een vijzel getekend, waarmede een last over een afstand van ca 250 mm kan worden geheven. Voor grotere hoogteverschillen past men lieren toe, die in de regel met een staaltouw als hijsorgaan zijn uitgerust. Afhankelijk van de inrichting kan met een lier een last over een hoogte van enige meters, b.v. bij een elektrische takel of over een hoogte van honderden meters. b.v. bij een ophaalwerktuig van een mijn, verplaatst worden. Uit deze grote verschillen blijkt reeds de noodzakelijkheid van het construeren van werktuigen voor een speciaal doel. Naarmate een lier meer voor een bepaald werk gebouwd is, zal het uiterlijk een meer eigen karakter dragen en zal men de constructie en daarbij in het bijzonder de beveiligingen aan het werk kunnen aanpassen. Dit komt tot uiting bij vergelijking van, waar een frictielier voor het aannemersbedrijf, gebouwd door Duyvis en Co. te Koog a/d Zaan, is afgebeeld, waar een overzichtstekening van de lier voor een personenlift is gereproduceerd in een uitvoering van Stork-Hijach te Haarlem, terwijl een schema toont van de bijbehorende liftschacht.

coaching

Dan krijgt ook de beroepswereld vaak een heel andere betekenisNiet zelden vindt er een verschuiving plaats van het gehele scala van persoonlijke waarden, dat wil zeggen dat er een herwaardering van de ‘zuilen van de identiteit’ van een mens (Petzold 1993) plaatsheeft. ‘Strategische spelletjes’ in de directiekamer, die nog maar kort geleden als Verfrissend en inspirerend’ werden ervaren, zouden plotseling voor de betrokkenen kunnen veranderen in ‘dwaze wedijver’ en wekken wrevel, soms zelfs afschuw op. Een manager vertelde mij dat hij na de dood van een van zijn kinderen bij de wekelijkse werkbespreking in het bedrijf alleen nog maar kon walgen van al dat ‘oppervlakkige geklets’ van zijn medewerkers. ‘Wat willen die lui van elkaar en vooral, wat willen zij van mij als chef?’ Hij begon het daarop dringend noodzakelijk te vinden om meer ‘eerlijkheid9 en ‘oprechtheid’ in het bedrijf af te dwingen. Dit sprak, versterkt door zijn grote verdriet, alleen al duidelijk uit zijn houding. Die werd echter alleen maar als irritant ervaren, met name door zijn overwegend nog jonge medewerkers, die zelf nog nauwelijks iemand verloren hadden, als ‘vrijgezellen’ maar ten dele echt met hem konden meevoelen en vooral pijnlijk verlegen op zijn gewijzigde situatie reageerden. Tegelijkertijd merkte ook de manager zelf dat hij tegenover zijn medewerkers niet rechtvaardig was en steeds geprikkelder op hen reageerde. Toen de situatie voor hem steeds onverdraaglijker werd, schakelde hij externe hulp in. Bij dit praktijkvoorbeeld zou tegengeworpen kunnen worden dat in dit geval misschien ook psychotherapie op zijn plaats geweest zou zijn. Op grond van de in principe gezonde rouw, die de cliënt op een passende manier kon verwerken, had hij psychotherapeutische maatregelen in het geheel niet overwogen.

In zijn belevingswereld stond de door de dood van zijn kind veroorzaakte verandering van zijn waarden centraal. Die had hem een geheel andere kijk op zijn beroepsmilieu bezorgd. En juist daaraan wilde hij werken en juist daarvoor wilde hij zich in het bedrijf inzetten. In andere gevallen, bijvoorbeeld als door een ongeval de persoonlijke situatie in het beroep geheel verandert, wordt ‘werken aan de persoon’ noodzakelijk. Zo wendde de eigenaar van een grote onderneming zich tot mij, omdat hij door een val van zijn paard een hersenbeschadiging had opgelopen, waardoor hij al bij het minste of geringste in tranen uitbarstte. Omdat hij vóór zijn ongeval over het algemeen de ‘keiharde’ jongen uithing, wekten deze gevoelsuitbarstingen bij zijn medewerkers nogal wat verwarring op, temeer omdat hij zich na die traumatische gebeurtenis psychisch en intellectueel weer goed hersteld had. Zijn eigen overgevoeligheid, die hij zelf als ’sentimentaliteit’ afdeed, verontrustte hem dermate, dat hij externe hulp inschakelde. Bij die hulp ging het er in eerste instantie om hem te ondersteunen bij het zelf beter leren accepteren van zijn door de hersenbeschadiging gewijzigde gevoelstoestand. Later werden succesvolle pogingen ondernomen om zijn emoties gerichter te kanaliseren. Die vormen waarschijnlijk de meest voorkomende aanleiding voor coaching. Dat is ook heel begrijpelijk, want situatiekenmerken zijn veelsoortig en dat geldt dus ook voor de daaruit voortvloeiende crises. Ze kunnen trapsgewijs worden ingedeeld: ze worden veroorzaakt door pensionering, verandering van baan, door omstandigheden op de werkplek, omstandigheden in een organisatorisch systeem, door bijzondere kenmerken van suprasystemen of door nationale en zelfs internationale ontwikkelingen. Al deze factoren zijn potentiële crisishaarden voor individuen. Veel vanzelfsprekende ontwikkelingen in het beroepsleven van mensen brengen voor de betrokkenen crises met zich mee. Zo is een pensionering altijd een ingrijpende gebeurtenis, waarop mensen al vooraf door middel van consultancy in de bedrijven kunnen worden voorbereid (Comelli 1985). Ook een verandering van baan, die meestal met de intrede in een nieuwe organisatie gepaard gaat, leidt regelmatig tot meer of minder ernstige crisisverschijnselen (Nelson e.a.