radiatoren

Dat maakt hogere temperaturen draaglijk, maar in dezelfde mate wordt het ongemak van lage temperaturen vergroot bij grotere luchtbeweging. Zie het hoofdstuk: Regeling en beveiliging. In combinatie met klem verbindingen met aansluitende afdek -huls is dit materiaal geschikt voor verwarmingsdoeleinden. Om de watertoevoer goed te regelen worden bij radiatoren prijzen afsluiters aangebracht. Het leeuwendeel van de aan de markt zijnde cv.-ketels is opgebouwd uit gietijzeren leden die door middel van nippels of flenzenverbindingen zijn verbonden en door een trek stang bij elkaar worden gehouden. Tot zover de belangrijkste randvoorwaarden voor het ontwerp van een luchtverwarmingsinstallatie. Van de cv.-ketel naar de verwarmingselementen lopen leidingen die het warme water aanvoeren en leidingen die het afgekoelde water naar de ketel terugbrengen. Dat komt op enkele honderden guldens, maar die zijn het ook wel waard. Een goed ontworpen lucht toevoer kanalen systeem is net zo belangrijk. De niet-vakman doet er goed aan om bij storingen niet zelf te sleutelen: dat is werk voor de installateur. Vergelijken we dit met een pomp uit een centrale warmwaterverwarming, die meestal enkele meters waterkolom opvoerhoogte heeft, dan is daarmee een van de meest wezenlijke problemen van de luchtverwarmingsinstallatie aangesneden. De vulaftapkraan dient voor het vullen en aftappen van de installatie en wordt op het laagste punt aangebracht. Beperking van het glasoppervlak lijkt dan ook voor de hand te liggen. Door hun dikte - drie millimeter - kunnen deze pijpen tegen een stootje en de ervaring heeft geleerd dat zij zeker zo’n dertig tot vijftig jaar meegaan, zo niet langer. Hierbij past de kanttekening dat er bij de installatie van een cv. Moet er in een bepaald geval snel ontlucht worden, dan kan van het ventiel een ontluchtingsschroef worden losgedraaid. Zit er geen lucht in het vlotterhuis, dan drukt de vlotter al dan niet via een hefboom het luchtventieltje dicht. Bij een derde methode wordt de buis ingeklemd in aluminium lamellen of tegen aluminium rondellen, die op styroporplaten zijn aangebracht. Berekeningen tonen aan dat het voor een goede warmtespreiding wel degelijk verschil maakt of de leidingen waardoor het water komt te lopen op een afstand van 30,25 of 20 cm van elkaar worden aangelegd.

zonwering

Mensen zitten natuurlijk graag bij elkaar, zeker als men gezellig buiten op het terras gaat zitten. Iedereen heeft dus in elk geval wat de zitplaats betreft, een aangename tijd. Het is echter niet altijd nodig om het hele raam te bedekken. Om duidelijke redenen kan men daarom gerust vaststellen dat de meeste mensen het liefste een beweegbare zonwering kopen. Ook kun je kiezen voor een zonwering waarbij je een tijd kan instellen waarop de zonwering automatisch open en dicht gaat. Omdat we in een nogal wisselend klimaat leven kun je er ook voor kiezen om een automatische bediening met sensor te nemen die reageert op de weersomstandigheden. Bij harde wind of onverwachte regen kom je met deze mogelijkheid nooit in de problemen, zelfs niet als je niet thuis bent. De prijzen van een automatische zonwering zijn sterk afhankelijk van de bediening, de grootte en het materiaal van de zonwering. Bij de keuze van een zonwering moet je er altijd op letten dat de zonwering past bij je huis. Je koopt de zonwering voor een langere tijd en vaak is het geen kleine uitgave. Bij nieuwbouwhuizen komt men vaak strak ogende zonwering tegen. De moderne uitstraling van strakke luifels en screens passen bij de nieuwe gevel. Bij veel luifels heeft men de mogelijkheid om zijkanten te plaatsen waardoor men geen last heeft van schuin invallende zon. Er zijn veel verschillen in zonwering, het belangrijkste is het materiaal. Vooral in dit land is het gewenst om weersbestendig materiaal te kopen. Let hierbij vooral ook op de weerbaarheid tegen de wind. Niet zelden slaat een onverwacht opstekende wind met een enorme kracht onder de zonwering. Heb je al een wat ouder huis of een vrijstaand huis dat niet al te modern oogt dan kun je kiezen voor markiezen als zonwering. Vooral omdat de luifel nog altijd de overhand heeft komt een huis dat markiezen als zonwering heeft statig en exclusief over. Bevindt je huis zich in een natuurlijke omgeving dan worden markiezen vaak zelfs als romantisch gezien.

ehbo

Wel is het belangrijk een duidelijke plaats op te geven indien men zich met spoed naar een calamiteit dient te begeven. Hierbij is de technische uitvoering (melder met duidelijk gesproken woord) en de bekendheid met gebouwen, gangen en kamernummering van groot belang. Het is ook wenselijk dat bekend is welke ruimten niet toegankelijk zijn (aanwezigheid van radioactiviteit e.d.). Om deze reden verzoeken meldkamers van professionele ehbo diensten altijd aan de melder om maatregelen te treffen waardoor de plaats des onheus goed bereikbaar wordt. Het afzetten van de werkplek kan in sommige gevallen plaatsvinden door luid om afstand te vragen. Professionele hulpdiensten zullen zich bedienen van afzetlinten. Primair wordt ervan uitgegaan dat het slachtoffer wordt behandeld op de plaats waar deze wordt aangetroffen. Indien onmiddellijk gevaar dreigt of er is sprake van een situatie waarin het slachtoffer niet adequaat kan worden behandeld, dient het slachtoffer eerst te worden verplaatst. Soms kan het (laten) verwijderen van obstakels uit de directe omgeving ook leiden tot het verkrijgen van voldoende ruimte. Op diverse plaatsen en tijdstippen kan licht schaars zijn (in gebouwen, ’s avonds). Op straat kunnen koplampen van auto’s worden gebruikt. In andere situaties kunnen bijvoorbeeld staaflampen uitkomst bieden. Hierbij kan worden opgemerkt dat alle dienstvoertuigen van de politie en de blusvoertuigen van de brandweer zijn uitgerust met staaflampen. Hoewel dit probleem binnen ziekenhuizen van minder belang is, is het raadzaam om als lid van een calamiteitenteam over additionele lichtbronnen te beschikken. De aanwezigheid van herrie (langsrazend verkeer, werkende machines, gillende omstanders, harde muziek op een houseparty, e.d.) maakt het onmogelijk om goed te kunnen luisteren of te ausculteren en soms zelfs te communiceren. In veel gevallen, zoals in de hierboven genoemde voorbeelden, is het niet gemakkelijk om de herrie weg te nemen en blijven beperkingen bestaan. Te gemakkelijk wordt aangenomen dat omstanders hinderlijk zijn.

payroll

Tijd tijdregelingen, omzetten van vrije tijd naar een ander tijdstip; Bijvoorbeeld adv dagen omzetten een langere periode aaneengesloten verlof (’sabbatical year’). Tijd geldregelingen, omzetten van vrije tijd in financiële middelen, al dan niet op een ander tijdstip; Bijvoorbeeld adv dagen omzetten in geld of in een aanvullend pensioen. Het gebruik van een dergelijke payroll moet evenwel selectief worden toegepast. De functionarissen die tot de lagere functies behoren zullen de (marginaal) lagere payroll ervaren als een onderwaardering en de structuur niet makkelijk aanvaarden. Menselijke behoeften kunnen veelsoortig zijn en kunnen variëren in belangrijkheid al naargelang de persoonskenmerken. Bij het uitgangspunt dat een specifieke, indirecte financiële payroll even belangrijk is voor alle medewerkers, is dit vragen om moeilijkheden. Oudere werknemers zullen waarschijnlijk de voorkeur geven aan een aantrekkelijke pensioenregeling, terwijl jongeren eerder voor extra vakantiedagen of opleidingsfaciliteiten zullen kiezen. Wanneer de medewerkers een payroll krijgen die hun specifieke behoefte bevredigt zal hun motivatie optimaal worden gestimuleerd. Om deze reden biedt een goed beloningssysteem een heterogeen aanbod van beloningen voor een heterogeen medewerkersbestand. Qua inhoud en vorm kunnen flexibele beloningssystemen sterk uiteenlopen. Een bekende vorm is het zogenaamde cafetariasysteem dat sommige Nederlandse bedrijven reeds hebben ingevoerd. Zij hanteren daarbij verschillende bron- en doelelementen die onderling uitwisselbaar zijn. In tegenstelling tot de traditionele manier van indirecte beloning, waarbij alle medewerkers hetzelfde pakket krijgen, verschaft dit bronnen/doelenmodel elke medewerker in beperkte mate de keuze voor een beloningsvorm die het best aansluit bij zijn behoeften. Dit systeem bestaat uit drie onderdelen: bronnen, volume en doelen. De bronnen zijn de arbeidsvoorwaarden die ingeruild kunnen worden, bijvoorbeeld vakantiedagen, atv dagen en salaris. De doelen zijn de onderdelen die voor de bronnen in de plaats komen. Het volume is de waarde van het te ruilen arbeidsvoorwaarden uitgedrukt in geld. Uit de bronnen kan een volume aan geld worden gehaald dat aan een aantal doelen kan worden besteed. Dit systeem van vormgeving aan payroll kan als volgt worden omschreven: ‘de medewerker wordt binnen bepaalde grenzen de mogelijkheid geboden om zelf het persoonlijke inkomenspakket samen te stellen, door een deel van het salaris te bestemmen voor gewenste beloningsonderdelen’.

stropdassen

Mannen bleven in toenemende aantallen kragen en dassen dragen, toen de massa productie meer kleding binnen het bereik van steeds meer mensen bracht. En hoewel ze niet een massale modetrend werden, vormden ze wel het begin van de brede, geverfde ‘gangster’-stijlen, die in de jaren dertig zeer modieus zouden worden. Hij ging uit van de theorie dat een groot gedeelte van de kwalen der mensheid (van hoofdpijnen, duizeligheid, eczeem, zonnesteken en doofheid tot angina, reumatiek, hartaanvallen, flauwtes, tetanus en plotselinge dood) veroorzaakt werd door (te) strakke kragen en stropdassen. Zo vallen de staarten van de stropdassen het mooist en rechtst vanuit de knoop. Hierdoor profiteert men maximaal van de elasticiteit van het materiaal. De prins verkoos smokings boven de witte das en jacquet bij zijn tochten langs nieuwe, modieuze nachtclubs; anderen volgden zijn voorbeeld direct. Maar het was de New yorker Jesse Langsdorf die het dasconcept herzag en een oplossing voor de problemen vond. Mannen dansten op de muziek van jazzbands of leefden zich uit op de maat van de charleston, samen met hun bakvisachtige vriendinnen die korte rokken droegen die gemaakt waren van stoffen die beïnvloed waren door kubistische schilders en art deco ontwerpers. Waar de strepen van de Engelse das diagonaal van linksboven naar rechtsonder liepen, liepen (en lopen) die van de Amerikaanse imitaties van rechtsboven naar linksonder. De zoom van de onderstaart in kettingstiksel wordt afgewerkt met een fijnere rijgsteek. De jaren twintig denderden voorbij. Aan het einde van het decennium verkocht hij de rechten van zijn revolutionaire constructie aan andere fabrikanten in de Verenigde Staten en andere landen. Iedereen, van zeepwerkers tot kerels op de bouwplaatsen, droeg een das; maar het waren behoorlijk eenvoudige dassen. De strakke etiquette die de herenkleding in de beschaafde wereld meer dan een eeuw had beheerst, stierf in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Hij sneed de stropdas niet uit een stuk, maar uit drie stukken; het brede voorste uiteinde van de das (de voorstaart); het smallere achterste uiteinde (de onderstaart); en het smalle gedeelte dat rond de nek valt (de geer). De beste hoek hiervoor, ontdekte hij, was 45 graden. Het verschijnen van de zeer wijde vrijetijdsbroeken leidde tot het ontstaan van brede, nonchalante dassen van eenvoudig popeline en katoen ter completering van dit kortstondig modieuze silhouet.Snobisme speelde ook een rol in de ontwikkeling van nieuwe trends.

gietvloeren

Op het belang van een voorafgaande zeer goede menging en goede ontluchting is reeds gewezen. Zoals reeds is aangegeven, kan dit het beste gebeuren door de mortelspecie na het mengen langzaam machinaal of met de hand te roeren en op de eerder beschreven wijze voorzichtig langs een hellend vlak te gieten. In dat geval wordt de mortelspecie geheel of gedeeltelijk gescheiden van de kolom of wand door een waterfilm. Na het lichten van de betontegel of een ander proefelement kunnen de gietvloeren voor wat betreft de geslotenheid worden beoordeeld. Dergelijke naïeve beschouwingen worden in de laatste vijftien jaren gelukkig niet meer gehoord. Het morteloppervlak wordt gevormd door het verschil tussen betonvloeroppervlak en het totale oppervlak van de luchtinsluitingen. Gelijktijdig hiermede wordt de betonmassa krachtig samengedrukt met een kracht van 1 Eng. Wanneer nachtvorst kan worden verwacht, moet alles wat vorstgevoelig is worden beschermd tegen bevriezen. voet (10.925 kg/m2). Dat aan dit cement nog toeslagmaterialen in den vorm van zand, grind of steenslag worden toegevoegd, werd alleen nodig geacht om de betonspecie te verschralen en daardoor de krimpverschijnselen te beperken, en bovendien om de kosten te verlagen!. Aldaar werd de gietvloer pomp bewogen door middel van een benzinemotor van 18 pk, terwijl zij een vermogen had van 10 m3 per uur. Te veel werd vergeten, dat door een groot watergehalte in de betonspecie de vastheid van het beton kleiner wordt. Betonspecie kan echter alleen worden getrild, wanneer zij niet te veel grove toeslagkorrels bevat en zij reeds bij het in het werk brengen een vrij gelijkmatige samenstelling heeft in verschillende andere landen werd reeds spoedig deze Franse werkwijze, waarvan de toepassing zich snel uitbreidde, overgenomen. Billner, welke werkwijze o.m. Prof. Het heeft dan ook vele tientallen van jaren geduurd, voordat meer algemeen werd ingezien, dat bij het maken van beton elk van de samenstellende materialen een bepaalde taak heeft en dat deze taak slechts dan goed kan worden vervuld, wanneer materialen, welke aan alle eischen van keuring voldoen, in de juiste onderlinge verhouding doelmatig worden verwerkt. Het gieten van de mortelspecie kan dan achteraf op een gunstiger tijdstip plaatsvinden. Uitgaande van een normale verhardingstemperatuur van ongeveer 22 °C wordt bij elke verlaging van 10 °C de reactiesnelheid met de helft verminderd en deze stopt geheel bij temperaturen lager dan - 5 °C.

radiator

Gaskachels en gevelkachels met een vergelijkbaar rendement als de genoemde radiator genieten dan de voorkeur, waarbij apparaten met een elektronische ontsteking, dus zonder waakvlam, in het voordeel zijn. CV systemen gestookt op stookolie kunnen de vergelijking met gasgestookte installaties niet doorstaan, omdat stookolie minder schoon verbrandt dan gas. Elektrische kachels, vaak gebruikt voor bijverwarming, halen hun energie uit elektriciteitscentrales. Deze zijn veelal kolengestookt. Gebruik van elektrische bijverwarming draagt hierdoor bij aan de uitstoot van stikstofoxiden en zwaveloxiden (SOx), die beide weer bijdragen aan de verzuring. Hoewel het rendement van elektrische kachels erg hoog kan zijn (bijna 100%) wat wil zeggen dat de opgenomen stroom zeer effectief wordt omgezet in nuttige warmte geven de opwekking in de centrales en het transport grote energieverliezen. Als deze verliezen in het rendement van de kachels worden meegerekend, dan komt het rendement slechts uit op slechts 30 a 40%! Uit milieuoogpunt is elektrische verwarming dus af te raden. Petroleumkachels worden meestal ook gebruikt als bijverwarming. De milieubelasting bij verbranding is afhankelijk van de gebruikte brandstof en van de volledigheid van verbranding. Hoe zuiverder de brandstof, des te minder milieubelasting bij verbranding. Bij door het Keurmerkinstituut consumenten producten (voorheen IVHA) goedgekeurde petroleumkachels is ook de brandstof onderzocht. Dit geeft een garantie voor de zuiverheid. Deze goedgekeurde petroleumkachels geven dus een lage emissie aan schadelijke stoffen. Dit type petroleumkachel met gecontroleerde brandstof en gecontroleerde verbranding heeft uit milieuoogpunt de voorkeur boven elektrische bijverwarming. Nadeel van dit type kachel is wel dat het toestel zuurstof uit de ruimte haalt en dat de verbrandingsgassen (met name water en kooldioxide) in de te verwarmen ruimte terechtkomen.

Goed ventileren is dan ook noodzaak. Gelukkig hebben de goedgekeurde apparaten een koolmonoxidebeveiliging waardoor het apparaat bij slechte ventilatie automatisch afslaat. Houtgestookte verwarming is te onderscheiden in open haarden en houtkachels. Probleem bij het stoken van hout is, naast de gebruikte brandstof, dat de stookwijze van grote invloed is op de emissies. Als brandstof dient uitsluitend minstens 1 jaar gedroogd, niet geïmpregneerd, ongeverfd hout te worden gebruikt. Open haarden dienen alleen voor sfeerverwarming. Om een goede verbranding te krijgen heeft een open haard veel verse lucht nodig. Dit heeft uiteraard invloed op het verwarmend vermogen. Goede verbranding met goede brandstof geeft relatief weinig emissies. Maar het rendement ligt laag; zo’n 10 tot 20%. Houtkachels zijn bedoeld voor ruimteverwarming. Het rendement van deze kachels ligt veel hoger dan dat voor open haarden. Dit kan variëren van 50 tot 80%, afhankelijk van de kachel en van de wijze van verbranding. Op het gebied van emissies kunnen houtkachels de vergelijking met gasgestookte toestellen niet doorstaan. Zeker bij gesmoord stoken nemen de emissies toe. Verbeteringen zijn mogelijk door naverbranding en door het installeren van een katalysator. Toch houdt gasverwarming de voorkeur.

herenfietsen

Koop een nieuwe auto en de verkoper zal je met pk’s om de oren slaan. Hoe meer, hoe leuker. Met een groter vermogen (meer pk’s) trekje sneller op en bereik je een hogere topsnelheid. Bij herenfietsen ligt dat een tikkeltje anders. Hoe groter het vermogen, hoe harder je gaat - tot zover klopt de vergelijking met de auto. Maar het vermogen wordt niet door een motor geleverd. Je bent zelf de motor! Jij duwt op de pedalen. Jij bepaalt acceleratie en topsnelheid. Maar eerst nog even terug naar de auto. Zet de motor van een Porsche in een Suzuki Alto en je hebt een racemonster. Zet omgekeerd het piepkleine Suzuki-motortje in de Porsche en het ding is niet vooruit te branden. Dat geldt ook voor een herenfiets. Wie harder vooruit wil, moet meer vermogen leveren. Een open deur, maar toch nuttig om even bij stil te staan. Vermogen is allesbepalend. Het type fiets is van ondergeschikt belang. Een toerist op een racefiets wordt ingehaald door een prof op een boodschappenfiets. Kwestie van betere motor. De motor is het hart van elk voertuig. Ook van de fiets. Een beetje auto levert al gauw 100 pk. In vergelijking daarmee komt de fietser er bekaaid af. Die moet het doen met 0,1 tot 0,5 pk. En dat vermogen kan bovendien maar een beperkte tijd worden geleverd, want anders dan automotoren worden fietsers moe. Overigens wordt vermogen officieel niet uitgedrukt in pk maar in watt (afgekort W). Een 100 pk-auto levert een kleine 75.000 W. Ongetrainde fietsers kunnen prima een uur lang 75 tot 100 W leveren.

En getrainde toerfietsers misschien wel 250 W. Bij professionele coureurs kan dat oplopen tot 400 W. In de grafiek zie je welke snelheid je zo’n beetje bereikt met welk vermogen. Het maakt natuurlijk wel wat uit of je bijvoorbeeld bergop gaat of tegenwind hebt. De cijfers in de grafiek slaan op een fietser op een stadsfiets, rijdend op de vlakke weg en zonder tegenwind. Explosietjes Hoe goed is de motor op jouw fiets? Hoeveel vermogen kun je leveren? En wat bepaalt nu eigenlijk het vermogen datje kunt leveren? Dat heeft te maken met skeletbouw, het soort spieren dat je gebruikt, de hoeveelheid spieren, de verbranding in de spieren, doorbloeding, voeding en nog zo wat van die dingen. Zoals zo vaak zijn de principes achter het vermogen dat iemand kan leveren eenvoudig, maar is de uitwerking complex. De eenvoudige versie vertoont opvallende gelijkenis met de werking van een verbrandingsmotor. Ter opfrissing: je gaat met je auto naar het benzinestation, je laat de tank vollopen, je start je auto, er gebeuren geheimzinnige dingen onder de motorkap en je gaat vooruit. Meer precies: brandstof en zuurstof worden samengebracht in een cilinder, er komt een vonkje bij, het mengsel ontploft waardoor zuigers in beweging komen en via stangen en tandwielen komt die kracht bij de wielen. Afvalstoffen verdwijnen ondertussen naar de uitlaat, de zuiger keert terug naar zijn oorspronkelijke positie, een nieuw explosief mengsel komt de cilinder in en het feest begint weer van voren af aan. Resultaat: de auto rijdt. Dan nu het menselijk lichaam.

houtworm bestrijding

Feromoonvallen scheiden stoffen uit die mannetjes van een specifieke soort met de verlokking van seks in de val laten lopen. Ze zijn uiterst nuttig voor het monitoren van populaties van boomgaardplagen. Zoals veel andere dieren vinden naaktslakken alcohol nagenoeg onweerstaanbaar. Een blikje met bier, verzonken in de grond, met de randen er net bovenuit stekend, verlokt ze ertoe ervan te drinken - en ze verdrinken. Wespen kunt u in met suikerwater gevulde jampotten vangen. Of lok plaagdieren in de val door schuilplaatsen voor ze in te richten, waarna u ze vermorzelt of verdrinkt Oorwormen kruipen overdag graag in een kartonnen buis, waar u ze vervolgens kunt verzamelen. Vogelafweermiddelen, inbegrepen vogelverschrikkers en spiegels in bomen, hebben hun plaats en er is een theorie die stelt dat sommige plaagdieren afgeschrikt worden als u uw tuin afbakent met de geur van hun predators. Mensenharen op hun spoor zouden konijnen en mollen afschrikken en katten zouden naar verluidt vluchten voor als slangen vermomde binnenbanden!

Sommige planten geven na het oogsten een effectief houtworm bestrijding middel, maar het loutere feit dat een insecticide van een plant afkomstig is, betekent nog niet dat het veilig is. Het botanische insecticide nicotine, afkomstig van de tabaksplant (Nicotiano tabacum), werkt op het zenuwstelsel van insecten, waardoor ze stuipen krijgen en sterven. Te grote doses nicotine kunnen echter evengoed gevaarlijk zijn voor de mens. Van planten afkomstige gifstoffen zijn veilig in de tuin omdat ze bij blootstelling aan zonlicht binnen uren of dagen afbreken in onschadelijke verbindingen. En ze worden gemakkelijk afgebroken door bodemorganismen. Pyrethrum, geëxtraheerd uit de gedroogde en verpulverde bloemen van de gelijknamige plant (Chrysanthemum cinerariafoilium), is een van de veiligste botanische insecticiden, aangezien het specifieke plagen verdelgt, maar onschadelijk is voor zoogdieren. Het actieve bestanddeel, pyrethrine, verlamt insecten zowat op slag. Zet pyrethrum in tegen bladluizen, aardvlooien en kleine rupsen. Gebruik uitsluitend puur verpulverd pyrethrum.

zeilen ijsselmeer

Thans worden er stalen jachten gebouwd van alle afmetingen, van vletje tot oceaanracer en ze zijn allemaal geschikt voor zeilen ijsselmeer of waddenzee. Verschillende van onze Nederlandse werven hebben op dit gebied alom in de wereld een zekere vermaardheid vanwege de prachtige gladde en strakke rompen die zij weten te fabriceren. Geen wonder dat er hier te lande menigmaal ‘grote’ opdrachten voor buitenlandse rekening worden uitgevoerd! Een stalen romp moet zorgvuldig worden onderhouden. Beschadigingen dienen spoedig te worden bijgewerkt, anders roesten er al gauw kleine putjes in de huid. Maar ook op het gebied van de conservering zowel van hout als van staal zijn er de laatste jaren grote vorderingen gemaakt. Op verschillende manieren kan op het schoongemaakte staal een laagje zink worden aangebracht, dat roesten al heel moeilijk maakt. De moderne verfsoorten dragen daar ook nog hun steentje toe bij. Een Nederlandse fabriek brengt sinds kort een roestwerende verf in de handel die zó goed is, dat hij bijna niet kan beschadigen en zelfs als dat gebeurt gaat het staal op de plaatsen waar de verf weggekrast is niet meer roesten! Het is dus echt niet meer nodig om de hele dag met meniekwast of teerpot rond te lopen. Staal en hout kunnen ook gezamenlijk worden toegepast Men maakt dan de spanten en bodemwrangen van staal meestal gegalvaniseerd en de huid van hout De stalen spanten vervangen dan de gegroeide krommers. Men zegt van zo’n schip dat het ‘composiet7 gebouwd is. Ook aluminium wordt hier wel voor gebruikt.

Men heeft wel eens verondersteld dat er na het stenen, bronzen en ijzeren tijdperk, een aluminium tijdperk zou komen. Het heeft er echter alle schijn van dat wij dit laatste overslaan en al hard midden in het plastic tijdperk verzeild raken Het soortelijk gewicht van staal is bijna acht, dat van aluminium ongeveer het derde deel daarvan. Hoewel de sterkte van aluminium ten opzichte van staal ook ongeveer een derde is, zijn er met dit materiaal constructies te maken met de sterkte van staal bij een kleiner gewicht Voor de vliegtuigbouw, waar het rompgewicht nog zwaarder ‘weegt’ dan in de jachtbouw, is het al jarenlang een ideaal materiaal. Toepassing in de scheepsbouw heeft lang op zich laten wachten; niet alleen vanwege de prijs maar meer nog omdat aluminium in water, vooral in zeewater, snel corrodeerde. Pas toen er zeewaterbestendige legeringen werden samengesteld vond aluminium zijn weg naar de scheepsbouw. Een andere moeilijkheid was dat aluminium eerst alleen geklonken kon worden en niet gelast. Bij het lassen deed de in de lucht aanwezige zuurstof het gesmolten materiaal direct oxideren Toen men erin slaagde te lassen zonder toetreding van lucht, was dit een hele sprong vooruit. Bouwen in aluminium blijft specialistenwerk, maar bij de huidige stand van de techniek weet men ook in dit materiaal een mooi, sterk en duurzaam product te maken. Plastics waren al tientallen jaren in gebruik wie kent niet het celluloid en bakeliet? voordat zowel de naam als het materiaal gemeengoed werden. Nu is plastic zich ook in de botenbouw een plaats aan het veroveren. En het is uit de engelenbak van het laboratorium al hard op weg naar de frontloge van het belangrijkste materiaal in de jachtbouw. Algemeen gebruikt men voor plastic boten met glasvezels versterkte polyesterhars. De fabricage geschiedt als volgt. Van de te maken boot wordt op ware grootte een mal gemaakt. Deze mal wordt spiegelglad afgewerkt en gepolijst. Over de mal heen wordt van glasvezel en polyester een contramal gemaakt Dit doet men met de ‘handlayup’methode. Met kwast, roller of spuit wordt een laag polyesterhars over de mal heen aangebracht.

heftrucks

Voor het verplaatsen van goederen over geringe afstanden worden verschillende werktuigen gebruikt, die in het algemeen in twee groepen zijn te verdelen. Tot de eerste groep behoren de lieren en kranen en enige kleinere werktuigen, zoals vijzels en dommekrachten; men noemt ze heftrucks (of hijswerktuigen). Zij dienen voor het verplaatsen van stukgoederen of van stortgoed in bepaalde hoeveelheden tegelijk en werken intermitterend. Tot de tweede groep rekent men de transportbanden, schroefgoten, elevatoren, het pneumatisch transport, enz. Het kenmerkende van deze werktuigen of installaties is de mogelijkheid een onafgebroken goederenstroom er mede te kunnen afleveren. Men noemt deze hulpmiddelen voor het verplaatsen van goederen meer in het bijzonder transport inrichtingen. Hoewel kleine colli met vele dezer inrichtingen b.v. met transportbanden op economische wijze vervoerd kunnen worden, .zijn ze bestemd voor het verwerken van stortgoed, zoals zand, steenkolen, cement, erts, zout, granen, enz. In dit boek zullen we ons beperken tot de hijswerktuigen en geven daarvan in dit hoofdstuk een overzicht om te laten kennismaken met de verschillende delen, waarin de beweging van de last ontleed kan worden. Men onderscheidt: een verticale beweging, het heffen of hijsen, en een horizontale beweging, die echter op enige wijzen tot stand gebracht kan worden door rijden, door zwenken en door toppen.

Betreft de verplaatsing alleen een heffing over geringe hoogte, dan gebruikt men enkelvoudige werktuigen, zoals vijzel, dommekracht en takel. In is b.v, een vijzel getekend, waarmede een last over een afstand van ca 250 mm kan worden geheven. Voor grotere hoogteverschillen past men lieren toe, die in de regel met een staaltouw als hijsorgaan zijn uitgerust. Afhankelijk van de inrichting kan met een lier een last over een hoogte van enige meters, b.v. bij een elektrische takel of over een hoogte van honderden meters. b.v. bij een ophaalwerktuig van een mijn, verplaatst worden. Uit deze grote verschillen blijkt reeds de noodzakelijkheid van het construeren van werktuigen voor een speciaal doel. Naarmate een lier meer voor een bepaald werk gebouwd is, zal het uiterlijk een meer eigen karakter dragen en zal men de constructie en daarbij in het bijzonder de beveiligingen aan het werk kunnen aanpassen. Dit komt tot uiting bij vergelijking van, waar een frictielier voor het aannemersbedrijf, gebouwd door Duyvis en Co. te Koog a/d Zaan, is afgebeeld, waar een overzichtstekening van de lier voor een personenlift is gereproduceerd in een uitvoering van Stork-Hijach te Haarlem, terwijl een schema toont van de bijbehorende liftschacht.

coaching

Dan krijgt ook de beroepswereld vaak een heel andere betekenisNiet zelden vindt er een verschuiving plaats van het gehele scala van persoonlijke waarden, dat wil zeggen dat er een herwaardering van de ‘zuilen van de identiteit’ van een mens (Petzold 1993) plaatsheeft. ‘Strategische spelletjes’ in de directiekamer, die nog maar kort geleden als Verfrissend en inspirerend’ werden ervaren, zouden plotseling voor de betrokkenen kunnen veranderen in ‘dwaze wedijver’ en wekken wrevel, soms zelfs afschuw op. Een manager vertelde mij dat hij na de dood van een van zijn kinderen bij de wekelijkse werkbespreking in het bedrijf alleen nog maar kon walgen van al dat ‘oppervlakkige geklets’ van zijn medewerkers. ‘Wat willen die lui van elkaar en vooral, wat willen zij van mij als chef?’ Hij begon het daarop dringend noodzakelijk te vinden om meer ‘eerlijkheid9 en ‘oprechtheid’ in het bedrijf af te dwingen. Dit sprak, versterkt door zijn grote verdriet, alleen al duidelijk uit zijn houding. Die werd echter alleen maar als irritant ervaren, met name door zijn overwegend nog jonge medewerkers, die zelf nog nauwelijks iemand verloren hadden, als ‘vrijgezellen’ maar ten dele echt met hem konden meevoelen en vooral pijnlijk verlegen op zijn gewijzigde situatie reageerden. Tegelijkertijd merkte ook de manager zelf dat hij tegenover zijn medewerkers niet rechtvaardig was en steeds geprikkelder op hen reageerde. Toen de situatie voor hem steeds onverdraaglijker werd, schakelde hij externe hulp in. Bij dit praktijkvoorbeeld zou tegengeworpen kunnen worden dat in dit geval misschien ook psychotherapie op zijn plaats geweest zou zijn. Op grond van de in principe gezonde rouw, die de cliënt op een passende manier kon verwerken, had hij psychotherapeutische maatregelen in het geheel niet overwogen.

In zijn belevingswereld stond de door de dood van zijn kind veroorzaakte verandering van zijn waarden centraal. Die had hem een geheel andere kijk op zijn beroepsmilieu bezorgd. En juist daaraan wilde hij werken en juist daarvoor wilde hij zich in het bedrijf inzetten. In andere gevallen, bijvoorbeeld als door een ongeval de persoonlijke situatie in het beroep geheel verandert, wordt ‘werken aan de persoon’ noodzakelijk. Zo wendde de eigenaar van een grote onderneming zich tot mij, omdat hij door een val van zijn paard een hersenbeschadiging had opgelopen, waardoor hij al bij het minste of geringste in tranen uitbarstte. Omdat hij vóór zijn ongeval over het algemeen de ‘keiharde’ jongen uithing, wekten deze gevoelsuitbarstingen bij zijn medewerkers nogal wat verwarring op, temeer omdat hij zich na die traumatische gebeurtenis psychisch en intellectueel weer goed hersteld had. Zijn eigen overgevoeligheid, die hij zelf als ’sentimentaliteit’ afdeed, verontrustte hem dermate, dat hij externe hulp inschakelde. Bij die hulp ging het er in eerste instantie om hem te ondersteunen bij het zelf beter leren accepteren van zijn door de hersenbeschadiging gewijzigde gevoelstoestand. Later werden succesvolle pogingen ondernomen om zijn emoties gerichter te kanaliseren. Die vormen waarschijnlijk de meest voorkomende aanleiding voor coaching. Dat is ook heel begrijpelijk, want situatiekenmerken zijn veelsoortig en dat geldt dus ook voor de daaruit voortvloeiende crises. Ze kunnen trapsgewijs worden ingedeeld: ze worden veroorzaakt door pensionering, verandering van baan, door omstandigheden op de werkplek, omstandigheden in een organisatorisch systeem, door bijzondere kenmerken van suprasystemen of door nationale en zelfs internationale ontwikkelingen. Al deze factoren zijn potentiële crisishaarden voor individuen. Veel vanzelfsprekende ontwikkelingen in het beroepsleven van mensen brengen voor de betrokkenen crises met zich mee. Zo is een pensionering altijd een ingrijpende gebeurtenis, waarop mensen al vooraf door middel van consultancy in de bedrijven kunnen worden voorbereid (Comelli 1985). Ook een verandering van baan, die meestal met de intrede in een nieuwe organisatie gepaard gaat, leidt regelmatig tot meer of minder ernstige crisisverschijnselen (Nelson e.a.